Franse Zinnen en Woordenschat met Nederlandse Vertaling

French5.75 KB

Summary

Deze lijst bevat praktische Franse zinnen met hun Nederlandse vertaling voor veelvoorkomende situaties. De thema's omvatten onder meer afspraken maken, de weg vragen, reizen met de trein of het vliegtuig, en praten over levensstijl en gezondheid. Daarnaast komen diverse grammaticale structuren aan bod, zoals de conditionnel en ontkenningen.

Key points

  • Handige zinnen om tijdstippen, ontmoetingsplekken en telefoonnummers uit te wisselen.
  • Vervoers- en reisvocabulaire voor treinen, tickets (aller-retour) en bestemmingen.
  • Formules voor het vragen naar de weg en verduidelijking bij taalbarrières.
  • Uitdrukkingen van wensen en advies met de conditionnel ('voudrais', 'partirais', 'devrais').
  • Vocabulaire rondom gezond leven, bewegen en vrijetijdsbesteding.

Test yourself

Afspraken Maken en Contact Houden

  • Je te vois quand? – Wanneer zie ik je?
  • Cet après-midi, je ne peux pas. – Vanmiddag kan ik niet.
  • Je t'appelle ce soir chez toi. – Ik bel je vanavond op bij jou thuis.
  • On se voit où? – Waar zien we elkaar?
  • Samedi, à deux heures, au Kip. – Zaterdag, om twee uur bij Kip.
  • Tu as déjà vu Tim? – Heb jij Tim al gezien?
  • Oui, je l'ai vu, mais je ne lui ai pas parlé. – Ja, ik heb hem gezien, maar ik heb hem niet gesproken.
  • Je voudrais te rencontrer. – Ik zou jou graag willen ontmoeten.
  • Tu peux me donner le numéro de ton portable? – Kan jij me het nummer geven van jouw mobieltje?

De Mobiele Telefoon

  • Cet objet sert à parler avec quelqu'un. – Dat voorwerp dient om te praten met iemand.
  • On peut utiliser cet objet pour envoyer des messages. – Men kan dit voorwerp gebruiken om berichten te versturen.
  • Avec cet objet, on peut prendre rendez-vous avec un copain. – Met dit voorwerp kan men een afspraak maken met een vriend.

Reizen, Vertrek en Treinverkeer

  • Je partirai le huit novembre. – Ik zal acht november vertrekken.
  • Ma sœur partira le seize février. – Mijn zus zal zestien februari vertrekken.
  • Le train part à quelle heure? – Hoe laat vertrekt de trein?
  • Le Thalys s'arrête où? – Waar stopt de Thalys?
  • Pourquoi tu pars? – Waarom vertrek je?
  • Tu pars quand? – Wanneer vertrek je?
  • Un aller-retour Bruxelles, s'il vous plaît. – Een retour Brussel, alstublieft.
  • Deuxième classe, non-fumeurs. – Tweede klas, niet-rokenafdeling.
  • Je voudrais aller en Allemagne. – Ik wil graag naar Duitsland gaan.
  • Je voudrais y rester une semaine. – Ik wil er graag een week blijven.
  • Voici les dépliants. – Hier zijn de folders.
  • Merci, madame. Je vais en parler avec mon mari. – Dank u wel mevrouw. Ik ga er met mijn man over praten.
  • On sortait tous les soirs. – Wij gingen elke avond uit.
  • On avait un vélo chacun. – Wij hadden ieder een fiets.

De Weg Vragen en Begrip Vragen

  • Pardon, monsieur, le bureau de poste, s'il vous plaît? – Pardon, meneer, het postkantoor alstublieft?
  • C'est tout droit. – Het is rechtdoor.
  • Vous allez à droite. – U gaat naar rechts.
  • C'est la première rue à gauche. – Het is de eerste straat links.
  • Je suis étranger. – Ik ben buitenlander / buitenlands.
  • Je ne comprends pas. – Ik begrijp het niet.
  • Qu'est-ce que ça veut dire, 'bénévoles'? – Wat wil dat zeggen, 'vrijwilligers'?
  • Vous voulez répéter, s'il vous plaît? – Wilt u het herhalen, alstublieft?
  • Vous voulez parler plus lentement? – Wilt u langzamer praten?
  • Le bureau de poste n'est pas ouvert. – Het postkantoor is niet geopend.

Wensen, Plannen en de Conditionnel

  • J'aimerais partir loin. – Ik zou graag naar verre landen vertrekken.
  • Tu partirais où? – Waar zou jij heen vertrekken?
  • J'irais à New York. – Ik zou naar New York gaan.
  • Je prendrais l'avion. – Ik zou het vliegtuig nemen.
  • Qu'est-ce que tu ferais là-bas? – Wat zou jij daar doen?
  • Tu viendrais avec moi? – Zou jij met mij meekomen?
  • Non, moi, je voudrais aller en Amérique du Sud. – Nee, ik, ik zou naar Zuid-Amerika willen gaan.
  • Pourriez-vous m'envoyer des dépliants? – Zou u mij folders kunnen sturen?
  • Si j'étais toi, je descendrais ici. – Als ik jou was, zou ik hier uitstappen.
  • Tu devrais venir! – Je zou moeten komen!
  • Kim a dû travailler beaucoup. – Kim heeft veel moeten werken.
  • Voudriez-vous m'envoyer un catalogue? – Zou u mij een catalogus willen sturen?

Gezondheid, Lichaam en Levensstijl

  • Moi, j'aime bouger. – Ik, ik houd van bewegen.
  • Ça fait du bien, de faire un peu de gym. – Het doet je goed om een beetje te gymmen.
  • C'est très bon pour la santé. – Het is erg goed voor je gezondheid.
  • On se sent mieux, après. – Men voelt zich beter na afloop.
  • Je vis très sainement. – Ik leef erg gezond.
  • Je ne fume pas et je ne bois pas. – Ik rook niet en ik drink niet.
  • Sincèrement, tu me fais pitié. – Eerlijk, ik heb medelijden met je.
  • Tu ne penses qu'à ton corps. – Jij denkt alleen maar aan je lichaam.
  • Tu ne t'intéresses à rien d'autre. – Jij interesseert je voor niets anders.
  • Je me suis allongé sur le canapé. – Ik ben op de bank gaan liggen.
  • Kim s'est installée sur une terrasse. – Kim is op een terras gaan zitten.
  • Je me sens très bien. – Ik voel me heel goed.

Download

PDF Word HTML

FAQ

Hoe vraag je in het Frans hoe laat de trein vertrekt?

Je vraagt: 'Le train part à quelle heure?'.

Hoe vraag je beleefd om informatiefolders in het Frans?

Je zegt: 'Pourriez-vous m'envoyer des dépliants?'.

Hoe zeg je in het Frans dat je de eerste straat links moet nemen?

Dat vertaal je als: 'C'est la première rue à gauche.'.

Test yourself

Flashcards

Click a card to see the answer.

Quiz

1. Wat betekent de zin: 'Je voudrais y rester une semaine'?
2. Welke Franse zin betekent 'Waar zien we elkaar?'?
3. Wat is de juiste Franse vertaling voor 'Ik begrijp het niet'?
4. Wat betekent 'Un aller-retour Bruxelles, s'il vous plaît'?
5. Wat zeg je als je wilt adviseren: 'Als ik jou was, zou ik hier uitstappen'?

Questions generated by AI from the document: check the answers against the text.